De wondere wereld van het fietspad in de 1,5 m-samenleving

Door Piet Groen in samenwerking met Cees Spruijt

De 1,5 meter-samenleving gaat ook aan ons recreatieve toerfietsers niet ongemerkt voorbij. Maar er gloort licht aan het eind van de tunnel: er mag weer wat meer op de fiets. De meest ingrijpende voorzorgsmaatregel ter voorkoming van besmetting door Covid-19 blijft voorlopig, zo niet voor altijd, gehandhaafd: namelijk het onderling 1,5 meter afstand houden.

Sinds die maatregel is uitgevaardigd, vraag ik mij bij elk tochtje dat ik maak weer af hoe die 1,5 m te rijmen valt met ons gemeentelijk, provinciaal of waterschappelijk fietspaden beleid. Over de duim gerekend kom ik al gauw uit op een fietspad dat minimaal 2,5 breed moet zijn, ongeacht of het nu 1- of 2-richtingverkeer betreft. Reken maar mee: 1,5 meter om elkaar als tegenligger te kunnen passeren of om in te kunnen halen. Dan reken ik voor het gemak per fietsgroep op een 0,5 meter ruimte nodig om niet in de berm naast het fietspad te belanden of tegen de stoeprand van het naast gelegen trottoir te rijden. Kom ik uit op een minimale breedte van 2,5 meter voor een fietspad. Als proef op de som ging ik met mijn 1,82 meter even dwars op het fietspad bij mij in de buurt liggen; er was nauwelijks ruimte over. En, geloof mij, dat fietspad bij ons in de duinen is echt geen en uniek, opvallend smal fietspad. Nu we als fietsers weer onder de 1,5 metervoorwaarde op weg mogen, en bij de TFC met maximaal 10 rijders, tijd om me eens in ‘de wondere wereld van het fietspad’ te verdiepen. Waaraan moet een fietspad qua breedte eigenlijk voldoen?

Fietspad, fietsstroken en fietssuggestiestroken: waar hebben we het over?

Fietspad. Het verplichte fietspad wordt aangegeven met het bord G11 (rond blauw met witte fiets) rechts naast het pad. Het onverplichte fietspad wordt gemarkeerd met het bord G13, rechthoekig blauw met het woord ‘fietspad’, vaak met bordje eronder ‘dus niet brommen’. En dan heb je nog het fiets/bromfietspad voor gecombineerd verplicht gebruik, aangeven met bord G12a, rond en blauw met in wit een fiets- en bromfietsplaatje. Gesneden koek zou je denken, maar hoe vaak zien we mensen op een racefiets op de rijbaan naast het verplichte fietspad?

Bord G11    Bord G13  Bord G12a

De borden G11, G13 en G12a

 

Fietsstroken. Waar vrijliggende fietspaden geen onderdeel zijn van de rijbaan zijn fietsstroken dat wel. Er zijn twee soorten: met al dan niet doorgetrokken streep met een op de weg geschilderd fietssymbool en wettelijk vastgesteld regels voor weggebruikers hoe om te gaan met die stroken? Denk aan parkeren, overschrijding van de strepen etc.

Fietsstrook

Fietsstroken

 

Fietssuggestiestroken. Dat is een fietsstrook zonder lijn en symbool, maar ook zonder enige wettelijke regel waaraan weggebruikers zich ten aanzien van deze stroken moeten houden. De Fiets(suggestie)strook is op zich interessante materie, vooral in de relatie fietser en automobilist, maar voor de breedte van fietspaden hier niet van belang.

Hoe breed moet een fietspad zijn?

Behalve dat een fietspad al dan niet verplicht is, lijkt er verder wettelijk weinig geregeld. Een verplicht fietspad, hoe smal ook, gemarkeerd met bord G11 of G12a moet gebruikt worden. Gelukkig zijn er wel aanbevelingen, waar wegbeheerders zich bij de realisatie van fietspaden aan moeten houden om ongelukken te voorkomen. Als het misgaat omdat die aanbevelingen genegeerd zijn, kunnen er eventuele schadeclaims gehonoreerd worden. De Ontwerpwijzer Fietsverkeer stelt dat een vrij-liggend fietspad minimaal 2 meter moet zijn.

Volgens het Voertuigreglement mag een fiets maximaal 75 cm breed zijn. Voor de zogenaamde vetergang van fietsers, de slingerruimte die fietsers, afhankelijk van leeftijd, ervaring en rijsnelheid innemen, wordt 25 cm aangehouden. Daarmee kom je uit op 1 meter breedte minimaal. Maar daarnaast moet er nog rekening worden gehouden met de zogenaamde ‘schuwafstanden’, wat een maat is voor de benodigde afstanden tot de randen van het fietspad en de afstand die fietsers nodig hebben om elkaar te passeren.

Dat levert al bij al een minimale breedte op van 2 meter. Als het om drukke fietspaden gaat of als er ook brommers rijden, is het advies om een minimum van 2,5 meter aan te houden. Wat ik gevoelsmatig en op grond van fietservaring ook had bedacht.

Het fietspad in de 1,5 meter samenleving.

De hiervoor genoemde ‘schuwafstand’ van 1 meter als basis voor de breedte van fietspaden werd vastgesteld in het pre-corona tijdperk. Die ene meter was dus opgebouwd met een gedeelte voor de nodige afstand van de fietser tot de rand van het fietspad en een gedeelte om elkaar te passeren. Dit laatste deel is nu dus minimaal 1,5 meter geworden, zodat je er gevoeglijk vanuit kunt gaan, dat de ‘schuwafstand’ 2 meter is geworden en een fietspad in de 1,5 metersamenleving dus minimaal 3 meter breed moet zijn. Ze zullen er vast wel zijn, ergens in het buitengebied of zo, maar het is nog zeker geen standaardmaat.

Passeren van tegenliggers of inhalers is nu al in je eentje een probleem, laat staan als er weer meer groepjes op het fietspad rijden. Dat betekent dus dat fietsers in het ‘nieuwe normaal’ feitelijk op de gewone rijbaan zijn aangewezen. Dat wordt dus kiezen bij het fietsen: of een kamikazerit tussen auto’s of wringen op het fietspad met de kans op besmetting.

Twee fietsers

Veilig fietsen met de TFC, dat ben je zelf

Per 1 juli jl. hoeven wij onder voorwaarden, in deze Corona tijd onderling geen 1,5 meter afstand meer te houden. Maar wèl 1,5 meter afstand houden van andere weggebruikers. Dat is nog een hele opgave op de ons gegeven fietspaden.

De wegkapitein ziet erop toe dat je als groep (maximaal 10 deelnemers) veilig fietst op basis van goede afspraken bij vertrek. Eigenlijk is een kleine groep een ontspannen manier van sporten immers het is gemakkelijker om te anticiperen op wat komt. Pas je snelheid aan al naar gelang de omstandigheden. Zorg goed voor jezelf, de ander èn het grote geheel.